Een vis in de nacht
Toen ik eergisteravond in het donker nog even een keukenemmertje leeggooide in de gft-bak zag ik daar iets lichts. Een stukje fel gekleurd plastic of papier? Het leek me niet thuis te horen tussen het bio-afval. Het leek zelfs te reflecteren, erger, het gaf licht! Wat kan er licht geven in een biobak? Ik had geen idee, morgen bij daglicht maar even kijken.
De volgende dag zag ik tussen de knoedels in krantenpapier gedraaide schillen en theebladeren nog wat keurig keukenafval liggen, waaronder een korstje van de boerenkaas. Boerenkaas! Als ik op het ogenblik de koelkast open doe vult de keuken zich met een wolk bedwelmende uitlaatgassen van miljoenen boerenkaasbacterien, zou het gek zijn als zulke kaas over bioluminescerende eigenschappen beschikt?
Maar toen ik gisteravond naar bed wilde gaan herinnerde ik me ineens de haring. Ik had een zoute haring gegeten en het staartje was bij het afval beland. Een lichtgevend staartje? Ha! Ik kon dat controleren want er was nog een haring over, er waren namelijk twee haringen aangeschaft maar P had na een optreden met zijn muziekgroep buitenshuis gegeten. Twee haringen bij één maaltijd, dat is teveel voor mij dus ik had de andere vis in een plastic zakje gedaan met de bedoeling hem de volgende dag bij het brood te eten. Die volgende dag echter verleidde de boerenkaas mij natuurlijk weer met zijn geur en de versmade haring zou nu, weer een dag later, wel over datum zijn.
Nou moest ik het weten.
Ik ging de trap af en naar de keuken zonder een licht aan te doen, greep snel in de koelkast naar het zakje en sloot de deur. In het donker was het duidelijk te zien: ik had in mijn hand een lichtgevende vis. Het hele zakje gaf trouwens licht.
Dat moest maar niet terug in de koelkast.
Buiten scheurde ik het zakje open en liet ik de haring in de bak duiken, daar lag hij in de diepte zoveel licht te verspreiden dat ik ondanks de duisternis van een zwaar bewolkte nacht flauw de krantenproppen en schillen er omheen kon zien.
Het lichtgevende zakje ging in de andere bak. Mijn vingertoppen gaven ook licht.
Bij de tuindeur zag ik Hans voor het raam zitten, blijkbaar was hij in zijn warme nest gewekt door een geurflard van de vis. Misschien dacht hij ook wel aan de afgeknaagde erwtensoepkluif die hij nog ergens achter het huis wist te liggen.
Hij probeerde zich langs mij heen naar buiten te wurmen maar ik wurmde nog net iets massiever terug.
Ach Hans, een nacht als deze is goed voor lichtende vissen en duistere kluiven, slaperige wezens als jij en ik horen nu in een warm bed.
Hans bleef ostentatief met peinzende blik voor het raam zitten maar ik weet zeker dat, eer ik boven met één teen mijn bed raakte, hij alweer strak neus-in-staart op de bank lag, dromend van goede dingen.
En de vis ligt nog tot dinsdag stil te schijnen in de bak.
Update 17.45
Kijk, hier heb je hem


